Schijn bedriegt

Wie denkt dat ik in mijn ziekte uren heerlijk heb kunnen uitrusten, bijkomen, en ‘lekker niks doen’ heeft het helemaal mis. Ik zat zo diep in de stress dat ik niet meer wist waar ik de rust zoeken moest. Het was heel hard werken om te leren ontspannen. Zo liep ik rond met constante onrust, pijnklachten in nek, schouders, hoofdpijn, paniek, buikpijn en een benauwd gevoel. Ik heb overal rust gezocht: thuis, in een koffietentje, in het park, in de sauna. Maar ook daar wilde ik het liefst complete stilte, en dat was onhaalbaar (want: buurman met drilboor, koffiebonenmalers, grasmaaiers en kletsende dames). Het is een heel eng gevoel dat je niet meer weet waar je moet zijn voor rust. Had ik maar een knopje die ik aan kon zetten…

Ik moest van de psycholoog mijn stressklachten een score geven, zodat ik weer leerde luisteren naar mijn lichaam. Ik wist namelijk niet meer waar mijn grenzen lagen, dus ik overschreed die constant. Het stomme was: in de eerste 2 maanden nam mijn pijn alleen maar toe, terwijl ik toch heel hard aan het uitrusten was. Dat kwam omdat ik mezelf heel lang voor de gek heb gehouden; ik voelde de pijn nooit. Dus ik leerde twee dingen: 1. waar mijn echte grenzen lagen (veel lager dan ik dacht) en 2. om steeds eerder actie te ondernemen om mijn grenzen te bewaken. En dan leerde ik die twee lessen tegelijkertijd, lastig!

De schijn hielt hier echter niet op. Als ik actie had ondernomen om een klacht omlaag te helpen (door in het park te wandelen bijvoorbeeld), en mijn nekpijn was verdwenen, wist ik soms niet meer of ik de nekpijn stiekem negeerde (les 1 vergeten) of dat ik mijn grens goed had bewaakt (les 2 heel goed gedaan). Pijn voelen is zo abstract en verwarrend! Ik kon mezelf niet meer vertrouwen, en dat maakte me onzeker.

Deze onzekerheid maakte me niet de makkelijkste persoon voor mijn omgeving. Mijn mening en stemming vloog van hot naar her. Mijn vriend vroeg me bijvoorbeeld of ik het leuk vond om een drankje te drinken op het terras. Mijn eerste reactie was: “ja, leuk! Lekker in de zon”. Maar 2 minuten later was het een dikke ‘nee’ , omdat ik hoofdpijn en nekpijn had en nu eerst een meditatie oefening moest doen. Deze gemixte signalen gaf ik constant af, en dat komt omdat ik ieder moment van de dag bezig was met die twee lessen te leren. Op mijn werk had ik er ook last van: ik zei te snel ‘ja’, zelfs al was het om een kop koffie te drinken met een collega.

Mooi weer spelen, dat is ook zoiets. Mijn manager wees me er fijntjes op dat ik verbloemde hoe het echt met me ging. Ik had het wel zwaar en de pijn viel niet mee, maar ik gaf er altijd een positieve draai aan dat ik weer wat had geleerd. Ik was altijd zo lekker positief en opgewekt. Of ik draaide het om, en vroeg hoe het met haar was. Allemaal onbewust mezelf voor de gek aan het houden, goedpraten. Het is daarom ook heel moeilijk om gestreste collega’s  ‘wakker’  te maken. Ze zullen het niet snel toegeven aan zichzelf dat het niet goed gaat. Ze zijn mega-doorzetters.

Al die onbewuste schijn maakt het zo belangrijk voor een werkgever om ruimte en vrijheid te geven aan een burn-out patiënt. Dus ook al wilde UWV een re-integratie plan zien in de eerste maand, belast mij er niet mee. Ik had geen idee wanneer ik weer aan het werk kon, en het was dus al heel wat dat ik dat openlijk ging zeggen. Ik gaf gelukkig wel snel aan dat ik niet 4 personen wekelijks op de hoogte kon houden van mijn vorderingen. Ik zou nooit een constructief beeld kunnen geven hoe mijn herstel ging, en ook niet garanderen dat ik tegen iedereen hetzelfde zei. Mijn hoofd vloog namelijk alle kanten op. Om deze redenen is de functie van de bedrijfsarts ontzettend belangrijk. Zorg ervoor dat deze arts ervaring heeft met burn-outs.

Nog meer tips voor managers en collega’s:

  • Vraag niet wanneer je collega weer beter zal zijn. Ook al heb je als manager een capaciteitsprobleem, en moet je tijdelijke vervanging zoeken: de burn-out collega is niet de juiste persoon om te voorspellen wanneer die er weer boven op is. Deze vraag geeft druk, en kan zelfs het herstel vertragen.
  • Een oprecht ‘hoe gaat het met je’ schaadt nooit en kan juist hartverwarmend zijn. Vraag wel naar de situatie nu en niet naar straks.
  • Geef bedenktijd mee als je een burn-out collega vraagt iets voor je te doen. Zeg zelf dat hij/zij er over na mag denken en er later op terug kan komen. Dit geeft rust en genoeg tijd om te luisteren naar zijn/haar grenzen.
  • Niet boos worden als je collega van gedachten verandert, terugkomt op een belofte of plots van stemming verandert. Geef ruimte. Als het je echt stoort, vraag dan wat er aan de hand is. Geen oordeel dus, maar vragen.

Als ik terugkijk op mijn herstelperiode, ben ik bijna iedere week 3 dagen op kantoor geweest (niet bij de klant natuurlijk). Als ik daar op terug kijk neem ik daar nu echt geen genoegen mee. Maar als ik fulltime thuis had gezeten, had ik niet zo goed geleerd om mijn grenzen te voelen en te bewaken. Contact houden met mijn werk gaf me dus genoeg oefenmateriaal. Heel belangrijk hierbij: dit kon alleen omdat ik alle tijd en ruimte kreeg om te herstellen. Ik voelde me welkom op kantoor en mocht gaan en staan waar ik wilde. Geen haast!

Oh en trouwens: ik krijg nog steeds stressklachten bij grote groepen drukte, de espresso bonen maler in een koffie tentje, of bij mijn neefje die de brandweer sirene na doet. Ik gebruik er oordoppen voor en ik vind het heerlijk, die rust!

Advertenties

2 gedachtes over “Schijn bedriegt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s